Informatie voor kinderen over de intelligentietest

 

Meedoen aan een intelligentietest?

Binnenkort ga je meedoen aan een intelligentietest voor kinderen. Misschien vind je het wel een beetje spannend, omdat je niet precies weet wat je te wachten staat. Een duidelijke uitleg kan dan helpen. Als je na het lezen van deze informatie nog vragen hebt, dan hoor ik het natuurlijk graag van je. Je kunt je het beste voorbereiden op de testdag door goed uitgerust te zijn.

 

Waarom een intelligentietest afnemen?

Er is een reden waarom jouw ouders besloten hebben dat het een goed idee is om een intelligentietest af te laten nemen. Misschien haal je geen goede cijfers op school, terwijl je wel slim lijkt? Niemand begrijpt dan precies waardoor die lage cijfers komen. Vind je het misschien lastig om lang op te letten? Of vind je het erg om fouten te maken? Vind je school maar saai en verveel je jezelf? Is de leerstof misschien te gemakkelijk of juist te moeilijk voor je? Of ben je bijvoorbeeld in sommige dingen heel goed en in andere juist niet? Je ouders willen dan een duidelijker beeld van jouw sterke en minder sterke kanten krijgen. Misschien willen je ouders ook weten welke middelbare school goed bij jou past. Of ze denken erover je te plaatsen op een Leonardoschool en willen onderzoeken of deze school geschikt voor je is. Er zijn veel redenen mogelijk om een intelligentietest af te nemen, vraag maar aan je ouders welke reden voor jou geldt.

 

Wat is intelligentie?

Intelligentie betekent: goed na kunnen denken, zodat je kunt leren en problemen kunt oplossen.

 

Er bestaan meer soorten intelligentie:


Praktische (performale) intelligentie: dit heeft te maken met iets doen. Bijvoorbeeld: het verwisselen van een wiel bij een auto of het opnemen van muziek van de computer. Kinderen die goed zijn in praktische intelligentie zijn vaak erg handig.

 

Verbale intelligentie: dit heeft alles met taal te maken. Je leert dingen op school, maar ook daarbuiten bijvoorbeeld door kruiswoordpuzzels te maken, of in de vakantie een paar woordjes te leren van de taal die gesproken wordt in het vakantieland.

 

Sociale intelligentie: dit betekent dat je goed met andere mensen en kinderen overweg kunt. Je hebt het bijvoorbeeld snel door wanneer een kind ergens mee zit en kunt goed luisteren en troosten. Of je bent een ster in het helpen oplossen van ruzies. Sociale intelligentie is wel erg belangrijk, maar je kunt het niet meten met een intelligentietest. Daarom zullen we het over deze intelligentie verder niet meer hebben.

 

De intelligentietest WISC-III

WISC is een afkorting van: ‘de Wechsler Intelligence Scale for Children’. Wechsler is de achternaam van degene die de test heeft bedacht. Zijn voornaam is David. In het Nederlands staat er: ‘de Wechsler intelligentietest voor kinderen’. De Romeinse 3 (III) betekent dat de eerste test al twee keer verbeterd is. Deze test wordt afgenomen bij kinderen van 6 tot en met 16 jaar. De afname van de test duurt ongeveer 3 uur.

 

Bij elke nieuwe opdracht wordt er eerst geoefend, dan kun je nog vragen stellen. Pas als al je vragen beantwoord zijn en je begrijpt de opdracht, beginnen we echt.

 

De intelligentietest NIO

NIO is een afkorting van Nederlandse Intelligentietest voor Onderwijsniveau. Deze test wordt afgenomen bij leerlingen van groep 8 van het basisonderwijs en leerlingen van klas 1, 2 en 3 van het voortgezet onderwijs. De afname van deze test duurt ongeveer 2 uur. Bij elke nieuwe opdracht wordt er eerst geoefend, dan kun je nog vragen stellen. Pas als al je vragen beantwoord zijn en je begrijpt de opdracht, beginnen we echt.

 

Wat gebeurt er op de testdag?

Je wordt welkom geheten en meegenomen naar een kamer. Daar zit je aan een tafeltje met tegenover je een volwassene die de test gaat afnemen. Soms gebruikt de testleider een stopwatch om te kijken hoe snel je werkt. Het is dan de bedoeling dat je zo snel en goed mogelijk de opgave maakt. Je krijgt bij het maken van de opdrachten niet te horen of een antwoord goed of fout was.

 

Wat gebeurt er na de test?

Wanneer de test is afgelopen, mag je weer naar huis en gaat de psycholoog je werk nakijken, net als dat op school gebeurt. Ook krijg je er punten voor, maar andere, veel hogere punten dan je gewend bent. Een gemiddelde score ligt bijvoorbeeld tussen 90 en 110. De psycholoog schrijft over jouw resultaten een rapport voor je ouders. De vragen die zij hadden, dus de redenen waarom je meedoet aan het onderzoek, worden beantwoord. In dit rapport staan ook tips hoe jij het beste kunt leren.